Nu is hun huisje nog leeg. Ik zal hen bewonderen, met hun duizenden kleuren; de roodborstjes, de meesjes, de mussen, de duiven en al die andere soorten, zo gauw ze hun angst om te komen overwonnen hebben. Ik kijk uit naar hun komst maar misschien zullen ze mij verhinderen om te lezen of andere dingen te doen. Vogels zijn zo mooi, zo licht, zo blij om te leven, soms een beetje lawaaierig ook… ze zingen de glorie van God, ze lachen van vreugde. God, wat is de schepping mooi! Ze laat ons de vreugde van God zien en Zijn immense creativiteit. Ik begrijp Franciscus van Assisi, die de gave leek te bezitten om vogels te begrijpen en tot zich aan te trekken. Jammer genoeg heb ik niet diezelfde gave. Niet ik trek hen aan maar de kleine zaadjes die ik hen zal geven! Dit jaar zal Kerstmis voor mij gelinkt zijn aan de vreugde van de vogels die zich verheugen over een nieuwe geboorte in Bethlehem, die zingen rond de kribbe met de os en de ezel, de schaapjes en wellicht ook een geitje.
Een nieuwe geboorte. Ja, voor mij is dit echt een nieuwe geboorte. Na 36 jaar in mijn kleine huisje gewoond te hebben, waarvan ik het kleinste hoekje kende, is dat een plaats vol herinneringen geworden, een plaats van stille ontmoetingen, van het luisteren naar woorden van waarheid en van God, uitgesproken door mensen die ook woorden van lijden en ongerustheid deelden… Er waren ook momenten van samen lachen, van vreugde, en niet te vergeten momenten van werk en creativiteit. En ik heb er vooral momenten gekend van ontmoeting met Jezus, momenten van leven en volheid, maar ook momenten waarop ik het even niet meer wist en me verloren voelde, momenten van leegte en armoede.
Je weet nooit wat een nieuwe geboorte geeft. Kindjes zijn negen maanden lang in de schoot van hun moeder. Wat daarna volgt, is een verrassing. Voor het kleine kindje is dat ook een moment van rouw want het heeft het daar zo goed gehad, negen maanden lang (36 jaar in mijn geval). Voor mij is dat ook zo, de ervaring van verrassing en ook die van rouw beleven… Bid voor mij, dat ik alles met vreugde mag ontvangen.
Ik voel een diepe dankbaarheid voor Jean-Christophe en Christine, die het idee gehad hebben om van woonplaats te veranderen. Zij hebben alles in gang gezet om het idee te verwezenlijken. Ik ben ook erkentelijk voor Jean Lanier, Jean-Claude Mallet en de Fondation des Amis de L’Arche, die de oude foyer Les Rameaux gekocht hebben (gesticht door Steve en Anne Newroth in 1966, alvorens zij Daybreak zouden stichten). Ze hebben de foyer omgevormd tot een prachtig huis. Een deel van het gebouw is gedurende enkele maanden nog de kapel geweest waarin Père Thomas de zondagsmis opdroeg. Ja, de oude Rameaux is nu een heel mooie hermitage geworden, waar ik de laatste jaren van mijn leven kan doorbrengen en stilletjes zwakker kan worden, op weg naar de uiteindelijke ontmoeting met God - tegelijk ook de eerste echte ontmoeting. Ik ben ook dankbaar voor Odile, die me in 1980 heeft opgevolgd als verantwoordelijke van de Ark en die, nu ze op pensioen is, aanvaard heeft om over mij te waken, over mijn gezondheid en al de rest. Het huis is verdeeld in twee woongedeelten, één voor Odile en het andere voor mij. Natuurlijk zal ik soms hier in huis eten maar ik zal ook naar mijn foyer Le Val Fleuri blijven gaan voor de maaltijden met mijn broeders en zusters, waarvan ik sommigen al meer dan 40 jaar ken.
Ik voel me klein ten opzichte van deze nieuwe fase, die begint met het feest van Kerstmis, het feest waarbij we de geboorte van Jezus vieren, de geboorte van een Redder die gekomen is om ons te bevrijden van onze angsten en ons egoïsme. In mijn hoofd, mijn geest en mijn hart groeit een echt verlangen naar vernieuwing, rust en God. Jullie weten hoezeer de geschriften van Etty Hillesum, een jonge joodse vrouw die vermoord werd in Auschwitz in 1943, me geraakt en bepaald hebben. Ze heeft de meest verschrikkelijke dingen beleefd. Ze wist dat ze, net als alle joden, ten dode was opgeschreven door Hitler en zijn aanhangers.
“Ik zit oog in oog met jouw wereld, God, en ik ontvlucht de werkelijkheid niet om te schuilen in mooie dromen… en ik blijf je schepping prijzen, ondanks alles!” schrijft ze. Een beetje verder zet ze het woord
‘leven’ in de plaats van God:
“In een onbewaakt ogenblik en aan mezelf overgelaten lig ik aan de naakte borst van het leven en haar armen zijn zo veilig en beschuttend om me heen. Hoe de klop van haar hart was, zou ik niet eens kunnen beschrijven. Zo langzaam, zo regelmatig en zo zacht, bijna gedempt en ook zo trouw, sterk genoeg als zou het nooit ophouden en tegelijk zo goed, zo barmhartig.”Onze wereld lijkt op de rand van een afgrond te staan. Miljoenen mannen en vrouwen lijden honger, anderen zitten gevangen in angst, zijn het slachtoffer van oorlog, leven als vluchteling in een kamp, worden uitgebuit door maffia’s, zijn onschuldig en zitten toch gevangen. We kennen dat allemaal, de media spreken erover en dan valt er opnieuw stilte, om ons aan te moedigen om dit schreeuwen te vergeten, alsof het niet bestaan. De wereld gaat ook door ernstige financiële crisissen. Er wordt veel over gepraat maar zijn we echt geraakt door de realiteit van gebrek? Het leven lijkt verder te gaan alsof er niets aan de hand is.
Op een dag zullen we, doorheen het lawaai van onze angsten, de klokken horen luiden en de Kerstgezangen horen weerklinken,
“Vrede, vrede, vrede op aarde”. Het is elke dag Kerstmis, wanneer er in de nacht een klein lichtje oplicht. Ja, vrede is in onze handen, in mijn handen. Ik kan kleine gebaren van tederheid en liefde stellen om aan de ander, de andere, zijn schoonheid te laten zien. In de Ark, en ook in Geloof en Licht, zijn we geen militanten voor een zaak maar we zijn de getuigen van iets dat ons hoop geeft. We kennen de mooie glimlach in de blik van Estelle; mensen zeggen over haar dat ze Downsyndroom heeft. Sommige mensen hadden haar liefst gedood nog voor ze geboren werd, anderen zouden haar willen genezen van het Downsyndroom. Maar zij is onder ons met haar blik vol licht, en ze laat ons een aanwezigheid van God zien. De wereld staat op zijn kop. De God van vrede, die zo zacht, zo nederig en zo barmhartig is, is niet verscholen tussen de sterren, boven ons, of in mooie ideeën en intelligente woorden, maar in het gezicht van Estelle, het gezicht van een kind. Het gaat er dus niet om die kinderen te genezen of opzij te schuiven, maar om plaatsen te scheppen waar iedereen, ongeacht zijn of haar kwetsbaarheden of moeilijkheden, een plaats in de maatschappij kan vinden. Het gaat er niet zozeer om Estelle te ‘genezen’, als wel om de attitudes van angst en verwerping in onze maatschappij te genezen. Het gaat om het creëren van gemeenschappen van onthaal waarin elke mens kan groeien, zich kan ontwikkelen en zelfvertrouwen kan vinden, en de diepe zin van zijn of haar leven kan ontdekken.
Door een kind in zijn armen te sluiten, roept Jezus zijn leerlingen op om te worden zoals dat kleine kind, om in het koninkrijk Gods te kunnen binnengaan, het koninkrijk der liefde. Laat ons leren om die tederheid te verwelkomen, die ogen vol verwondering, die openheid, dat vertrouwen en die liefde die de gave van dat kind zijn. Jezus voegt er nog aan toe,
“Wie dit kind ontvangt in mijn naam, ontvangt mij”. Estelle ontvangen, is God ontvangen. Die God van vrede is verborgen in de kleinsten en de meest gekwetsten. Laat ons niet proberen de hemel te beklimmen maar laat ons afdalen, ja, afdalen om mensen zoals Estelle te ontmoeten, mensen die verworpen zijn. Het gaat erom hen te ontmoeten, van hart tot hart, van mens tot mens, met een glimlach en met zachte momenten van verbondenheid; niet om hen te veranderen maar om hen te ontmoeten door een plaats in ons hart open te stellen.
Laten we terugkeren naar mijn nieuwe hermitage, die
‘huize Lazarus’ heet; Lazarus was de broer van Marta en Maria van Bethanië, waarover Johannes spreekt in zijn evangelie (hoofdstuk 11). Zijn zussen noemen hem, wanneer ze een boodschap aan Jezus sturen,
“iemand van wie u houdt”. “Iemand van wie u houdt” is zijn naam. Johannes, die het vierde evangelie schreef, wordt ook wel de geliefde leerling van Jezus genoemd. De identiteit van Lazarus is, net zoals die van Johannes,
“vriend van Jezus”,
“geliefd door Jezus”. Is dat niet ons aller identiteit,
“degenen van wie Jezus houdt”? Het is de zin van ons leven en de voltooiing van ons leven. Vandaag geloof ik dat ik dat op een dag in volheid zal mogen meemaken. Kerstmis beleven in huize Lazarus is voor mij een nieuwe fase. Het begin van het einde van mijn leven. Met Etty Hillesum ga ik leren om uit te rusten op de borst van God en om zijn hart te horen kloppen.
Diegenen die mijn retraites over het Johannesevangelie gevolgd hebben, weten dat er (volgens mij) een kans bestaat dat Lazarus een ernstige beperking had en dat Jezus vaak bij hem kwam om uit te rusten. Huize Lazarus is een goede plaats om zwakker te worden! Kerstmis is een heel zachte tijd, ook al liggen de zuidelijke werelddelen nu onder een brandende zomerzon. In Frankrijk regent het, het weer is zacht en momenten van zonneschijn zijn eerder schaars. De wereld maakt moeilijke momenten mee maar beleeft ook mooie uitingen van vrede. Prachtige mensen, zowel links als rechts, hoog of laag geplaatst, van verschillende religies of zonder religie, proberen gebaren van vrede, liefde en onthaal te stellen tegenover mensen die anders zijn. Zij geven hun glimlach en die glimlach ontspringt vaak aan de chaos. Het verkondigen van vrede is in onze harten.
Laat ons met elkaar verbonden zijn in dit grote netwerk dat rond de Ark en Geloof en Licht bestaat, waarin we genezen worden door de relatie met mensen die verdrukt worden, in isolement leven of moeilijkheden kennen. Het is een netwerk dat zich uitstrekt over de hele wereld, in kloosters, in de harten van christenen, hindoes, moslims, joden, in tempels, moskeeën en kerken, kapellen en synagogen, bij mannen en vrouwen die niet bepaald een geloof aanhangen en die geloven in de mens. Een groot netwerk waarin iedereen volgens zijn mogelijkheden handelt om vrede te stichten en een instrument van vrede te zijn. Ik houd veel van het boek van Izzeldin Abuelaish ‘I shall not hate’. Die man heeft drie van zijn kinderen verloren, ze werden gedood in Gaza door Israëlische militairen. Laten we ons afwenden van het verwerpen van de ander om in hem een mens te zien die in staat is tot liefde en vrede.
Bid voor mij, dat ik mag leren om lief te hebben. Eén van de laatste woorden uit het dagboek van Etty Hillesum was,
“men zou een pleister op vele wonden willen zijn”.Bedankt voor jullie kaartjes en brieven. Bedankt voor wie jullie zijn.
Moge God ieder van ons en alle volkeren op aarde zegenen voor dit nieuwe jaar.
Van harte,
Jean
PS: hebben jullie het prachtige nieuwe boek van Marie Hélène Mathieu al gelezen, over de geschiedenis van Geloof en Licht? Het heet
“Plus jamais seuls” en is in oktober verschenen bij Presses de la Renaissance. Ik hoop dat het in vele talen vertaald zal worden.